Ontwikkeling en beheer
De Biesbosch is een nat gebied of wetland, waar grote groepen watervogels dekking, voedsel en nestgelegenheid vinden. Door verruiging en het open graven van polders ontwikkelt zich geleidelijk een zoetwatermoeras met een enorme soortenrijkdom. Op de hiernaast genoemde pagina's kunt u per biotoop de flora en fauna bekijken. Druk zo'n pagina eens af en ga dan zelf het gebied verkennen. Bijzondere soorten graag melden in een bezoekerscentrum! Pachtcontracten
De graslanden Hengstpolder (natte klei) en Kop van den Oude Wiel (droge zandgrond) verkeren in een prima staat van conservering doordat ze al meer dan dertig jaar als reservaten in beheer zijn. De huidige overbemesting is aan deze terreinen voorbijgegaan. Staatsbosbeheer verpacht dergelijke terreinen aan boeren uit de omgeving. Deze dienst probeert hier contracten voor af te sluiten waarbij het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt uitgesloten. Door het afvoeren van het gewas in de vorm van hooi wordt de bodem verschraald, zeker als dit over een lange periode wordt volgehouden. Het hooien is overigens geen gemakkelijk karwei. Aangezien wegen in deze gebieden ontbreken dient materieel en hooi varend te worden aan- en afgevoerd.
Griend
Vroeger werden er in de Biesbosch honderden hectaren griend onderhouden. Het afkomende hout gebruikte men voor verschillende doeleinden: hoephout (voor de vaten), gereedschapsstelen en gehakt rijshout werd verwerkt in zinkstukken. Tegenwoordig onderhouden diverse instanties in de Biesbosch nog zo'n 20 tot 25 hectare griend. Het merendeel van de grienden verruigt. Hier en daar zijn in het terrein nog de op heuvels staande griendketen te vinden, waarin voorheen de griendwerkers huisden. Aan de Zuidhollandse kant van de Biesbosch bevinden zich nog zogenaamde getijdengrienden; grienden die bij eb en vloed nog steeds beurtelings leeg- of volstromen.
Riet
Voor 1970 was de Biesbosch in feite een cultuurgebied; talloze mensen verdienden er hun brood in de griend-, biezen- of rietcultuur. Het lange riet werd voor de afsluiting in 1970 jaarlijks met de riethaak (een sikkelvormig mes) gesneden. Honderden hectaren werden op deze manier onderhouden. Het riet werd verwerkt in rieten matten. Na 1970 verdroogden de rietgorzen en kregen woekeraars zoals haagwinde de overhand. In de Biesbosch wordt nog maar op enkele plaatsen riet gesneden. Het merendeel van de rietgorzen van weleer maakt een verruigingsproces door.
'Plas-dras'
In het najaar zetten medewerkers van Staatsbosbeheer een aantal graslandpolders 'plas-dras', door middel van het inlaten van water met behulp van duikers en/of windmolens. Hierbij wordt gepoogd een dusdanig peil te bereiken waarbij greppels en ondiepten vol water komen te staan en de wat hogere delen net droog blijven. Zulke kletsnatte terreinen werken als een magneet op overwinterend waterwild. Duizenden ganzen en honderden eenden zoals slobeend, pijlstaart, krakeend en wintertaling overnachten in dergelijke gebieden. Polders worden door de mens dus opzettelijk nat 'gezet'. Zoiets kan echter ook op natuurlijke wijze gebeuren door bijvoorbeeld overvloedige regenval of hoge rivierafvoeren waarbij polders volstromen.
Begrazing
Bij het beheer van terreinen in de Biesbosch zet Staatsbosbeheer vee in. Al die beesten, die met schuiten worden aan- of afgevoerd, doen eigenlijk dienst als natuurlijke grasmaaiers. Afhankelijk van het gewenste eindresultaat wordt het aantal beesten en de soort (koeien, paarden of schapen) per hectaren vastgesteld. Ieder beest heeft zijn eigen graaspatroon. Runderen hebben naast grassen en kruiden ook belangstelling voor houtige gewassen. Door het gevreet van koeien of paarden behouden polders en andere terreinen hun 'open' karakter. Indien er geen vee naar dergelijke terreinen gebracht zou worden, dan zorgt successie (dichtgroeien met struiken en bomen) er voor dat zo'n beeld geleidelijk verandert in bos. In de Biesbosch is sprake van beweiding, in de winter wordt het vee naar 'huis' gehaald. In verband met wisselende waterhoogten is jaarrond begrazing in de Biesbosch niet zo gemakkelijk te realiseren.
Nieuwe natuur
Plannen om landbouwgebieden om te vormen naar natuurgebied bestonden al langer, maar raakten door de komst van de Deltawet Grote Rivieren in een stroomversnelling. De aanblik van de huidige Biesbosch met zijn uitgestrekte landbouwbedrijven, gemalen, dijken en boerderijen zal binnen vijftien jaar drastisch veranderen. Rondom de Biesbosch zal op termijn maar liefst 2100 hectare aan de landbouw worden onttrokken en als natuurgebied aan het Nationaal Park de Biesbosch worden toegevoegd.
De kier
De Overheid heeft vergaande plannen om de werking van eb en vloed terug te brengen in de Delta en daarmee in de Biesbosch. Er is al besloten dat de Haringvlietsluizen in 2005 'op een kier' (=voor 10 procent open) worden gezet.
Deze eerste stap maakt vooral het Haringvliet als natuurgebied veel interessanter. Het water wordt brak en delen vallen droog bij eb. Hierdoor krijgt slikvegetatie een kans. Belangrijk voor het achterland is de opheffing van een onneembare barrière voor trekvissen als zalm en zeeforel. De verwachting is dat ook de vissoorten fint, spiering en driedoornige stekelbaars in aantal toenemen, wat gunstig is voor vogels als het visdiefje en de lepelaar.
Rond 2015 zullen de sluizen voor éénderde openstaan en alleen bij stormvloed dichtgaan. Hierdoor krijgt de Biesbosch een getijverschil van ongeveer een meter, niet zoveel als vóór de afsluiting in 1970, maar genoeg om de dynamiek in de natuur terug te brengen. Het water gaat harder stromen en grotere stukken vallen droog bij eb. Biologen verwachten dat typerende plantensoorten als bies en heen zullen opkomen, terwijl de huidige brandnetelruigten verdwijnen. De Biesbosch blijft een zoetwatergetijdengebied met kansen voor zowel natuur als recreatie.
De ingebruikname van de Haringvlietsluizen als onderdeel van de Deltawerken maakte in 1970 een einde aan de eeuwenoude situatie met twee meter getijverschil. Hierdoor verdwenen de biezen-, riet- en griendcultuur en konden ruigteplanten gedijen.
|