Beemdkroon is familie van de kaardebol. Hij groeit op de zandgrond. Zijn zachte, ronde bloemtros is lila. Als je er rook tegenaan blaast, kleurt hij meteen felgroen. Dat komt door de ammoniak in de rook.
Rode bremraap is een wortelparasiet die in de Biesbosch woekert op sikkelklaver. Je herkent hem meteen aan zijn dikke rode stengel en gele helmknoppen. De Latijnse soortnaam Orobanche lutea (=geel) wijst op die kleur.
Noords walstro is na twintig jaar afwezigheid weer aangetroffen in de Hengstpolder. Het is een middel-hoge zomerbloeier met drie evenwijdige bladnerven. Mogelijk is de plant helemaal niet weggeweest, maar weggegraasd of over het hoofd gezien.
Grote pimpernel is een sierlijke plant met donkerrode ronde aren. De rechte bloemstengel kan anderhalve meter lang worden. Je vindt hem massaal in de Hengstpolder. Na het hooien groeit de pimpernel weer uit, en vormt zaad in september.
Bevertjes is de wilde vorm van trilgras, een soort die om zijn kleine paarse aren speciaal voor droogboeketten wordt gekweekt. De plant dankt zijn naam aan deze bloemen, die bij het minste zuchtje wind gaan trillen. Hij bloeit van mei tot september.
Kleine ratelaar is een halfparasiet die voedingsstoffen uit de wortels van grassen haalt. De bladen zijn donkergroen en de lipvormige bloemen lichtgeel. Rijpe zaden liggen los in de zaaddoos, zodat ze rammelen in de wind.
|