Waterjuffers zijn ranker dan echte libellen en sluiten hun vleugels in rust. Meestal zie je het lantaarntje - zwart met helderblauwe staart. Maar ook de weidebeekjuffer leeft langs de Nieuwe Merwede. Waterjuffers kunnen paren in de vlucht.
Roerdompen zijn schuwe, gedrongen reigers, die sinds kort weer in de Biesbosch broeden. Ze leven in rietvelden, waar ze bij gevaar als een paal rechtop gaan staan ter camouflage. Ze produceren een dof geloei om hun terrein te markeren.
De Gele lis is familie van de crocus en groeit vooral langs de waterkant. Deze opvallende plant heeft lelieachtige gele bloemen die netjes in bossen bij elkaar staan. Hommels, zweefvliegen en nachtvlinders komen er graag even eten.
Lisdodden zijn grove stengelplanten die hele velden kunnen bedekken. In de zomer groeien er bruine 'sigaren' aan, die bij het vergaan hun vruchtpluis prijsgeven. Vroeger werd dit pluis gebruikt om kussens te vullen.
Spindotters zijn unieke planten die alleen in de Biesbosch voorkomen. Na de bloei in het voorjaar - met felgele bloemen - krijgen ze harde worteltjes ('spinnen') rondom de stengelknoppen. Hierdoor kunnen ze zich verspreiden op stromend water.
Riet is onze grootste grassoort. Het bloeit van juli tot oktober met paarsige pluimen. Riet kan 4 meter lang worden en is dan bruikbaar als dakbedekking en rieten matten. De plant ontkiemt aan land, waarna zij met uitlopers het water in groeit.
Blauwborsten zijn trekvogels. Vanaf april zitten ze vaak bovenin een rietstengel of struik te zingen. Soms zie je ze op de grond naar insecten zoeken. De Biesbosch heeft de grootste broedpopulatie van Noordwest-Europa.
|